Party Panel is a Dutch panel study where determinants and beliefs underlying health behaviors in the Dutch nightlife are mapped. This wave started on 20 April 2017. It was developed to explore the determinants of protecting one’s ears when exposed to loud music in nightlife settings. Specifically, three behaviors were explored: carrying hearing protection, wearing hearing protection, and buying hearing protection if one did not carry but was exposed to loud music.
This document is the report of the Party Panel results. This is a living document and may be updated.
This document is in English, except the section with prevention recommendations, because it is written specifically for Dutch prevention professionals.
It is not allowed to publish Party Panel results in a press release. Only the Celebrate Safe project committee has the right to publish press releases containing Party Panel results, and then only after explicit approval from Greater Good. If you think doing a press release about a specific Party Panel result can be helpful as a prevention effort, you can always contact the Celebrate Safe project committee and explain this to them. However, Party Panel is intended as scientific research and to inform prevention efforts: not as a marketing tool.
Party Panel is primarily a scientific and prevention endeavour. We publish this report, the Party Panel data and resources, and the outcomes, usually after an embargo period, under the Creative Commons attribution share alike license (CC-BY-NC-SA; see http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0/). This means that you are allowed to copy and distribute these files freely, but you’re not allowed to sell them. It also means that if you create derivative works (i.e. if you remix, transform, or build upon the material), you must distribute your contributions under the same license as the original.
The wave described in this document started on 20 April 2017, and therefore this document and the other Party Panel resources would normally be embargoed until 20 April 2019. However, the embargo was lifted at the 19th of february 2018. Therefore, all resources developed for this Party Panel wave as well as the collected data are available under CC-BY-NC-SA (see http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0/).
Party Panel follows the Open Science principle of Full Disclosure. Each Party Panel wave has a component repository in the general Party Panel Open Science Framework repository at https://osf.io/s4fmu/. Note that the general terms and conditions as contained in the Creative Commons license listed above, as well as the restriction pertaining to press releases, remains in effect.
Party Panel was designed to inform development of effective behavior change interventions in the Dutch nightlife, to support a healthy, safe, fun nightlife where the personal integrity of its visitors is respected.
Reading this report may require expertise regarding behavior change. Interested readers who as yet lack the required knowledge can use the Open Access (freely available) articles about behavior change that are available at https://effectivebehaviorchange.com.
Ethical approval for the Party Panel determinant studies was granted by the committee for Ethical Testing of Research (commissie Ethische Toetsing Onderzoek, cETO) of the Open University of the Netherlands, under files numbers U2015/03757/HVM and U2017/03081/FRO. The applications and approval letters are available at the Open Science Framework repository for the shared Party Panel resources at https://osf.io/7bv4w/.
Party Panel is the result of the combination of energy, knowledge, skills and enthusiasm of a large group of people. Party Panel is funded by Celebrate Safe, with a subsidy from the Dutch Ministry of Health, Welfare and Sport. It is developed, executed, analysed and managed by Greater Good, with invaluable input from Jellinek Preventie. Without the Unity peers’ unique insights, the questionnaires and collected data would never reach the richness and depth it does. The Celebrate Safe project committee, advisory board, and affiliated expert organisations also provided valuable feedback. Without the festival and event organisers, clubs, and other nightlife organisations, we would never have been able to reach all the participants that we did. For this wave specifically, we would like to thank Ilke Jellema and Willem Westermann for thinking along with the questionnaire. So thank you all!!! We hope you can benefit from these results as well, and in general, that they contribute to improving our nightlife.
Because this report contains a lot of information, it is organised using tabs, which you see above this section. Click a tab to view the associated contents.
This section contains recommendations for prevention professionals. Because these recommendations are for prevention professionals working with nightlife-related behaviors in the Netherlands, these recommendations will be in Dutch.
Party Panel is een semi-panel studie in het Nederlandse uitgaansleven met als doel de determinanten van verschillende uitgaansleven-gerelateerde gezondheidsgedragingen in kaart te brengen. Het in kaart brengen van die determinanten is nodig voor preventie: je kunt geen effectieve interventie ontwikkelen als je niet weet waar die interventie zich op moet richten.
Preventie betreft altijd een poging om iets te voorkomen (letterlijk per definitie), en bijna altijd een poging om iets onwenselijks te voorkomen. De te voorkomen zaken zijn altijd het gevolg van menselijk gedrag (van bezoekers van een feest of optreden, van clubeigenaren, van politici, en ga maar door), en de oorzaken van menselijk gedrag zijn in te delen in twee categorieën: de omgeving en de menselijke psychologie. Effectieve preventie vereist noodzakelijkerwijs eerst inzicht in die oorzaken. Pas als je dat inzicht hebt kun je bepalen of je probeert om de omgeving te veranderen (bijvoorbeeld gratis condooms, oordopjes, of water verstrekken; dit bereik je door gedrag van beslissers in de omgeving, zoals politici of organisatoren, te veranderen) of om de menselijke psychologie te veranderen (bijvoorbeeld door misverstanden de wereld uit te helpen of door mensen tips te geven om zich aan hun voornemen te houden).
Als je incidenten in het uitgaansleven wil voorkomen, en eigenlijk in het algemeen gewoon een leuk en veilig uitgaansleven wil, dan moet je dus eerst weten waarom mensen doen wat ze doen. Party Panel is een instrument om dit in kaart te brengen.
Gedragsverandering is eigenlijk gewoon versneld leren. Mensen kunnen ‘van nature’ natuurlijk al goed leren: wezens zonder het vermogen om te leren hebben een veel lagere overlevingskans, waardoor het vermogen te leren in veruit de meeste diersoorten is geëvolueerd. Tegelijkertijd is dat vermogen om te leren natuurlijk nooit ontwikkeld om preventie mogelijk te maken. Kortom: als je mensen wil helpen hun gedrag te veranderen, gebruik je een proces (leren) dat eigenlijk ergens anders voor is ontwikkeld.
Het komt daarom erg nauw wat je doet: het is moeilijk om precies het ‘leerproces’ waar de menselijke psychologie mee is uitgerust na te bootsen om zo de juiste veranderingen in iemands opvattingen te bewerkstelligen. Omdat dit zo lastig is, is er veel onderzoek naar gedaan. Uit dat onderzoek zijn inmiddels een aantal methoden voor gedragsverandering bekend. Deze methoden maken gebruik van verschillende vormen van leren, die soms op verschillende typen geheugen zijn gericht.
Methoden voor gedragsverandering zijn niet zomaar ‘blind’ te gebruiken: het is jammer genoeg niet zo dat je alleen maar het “juiste truckje” hoeft te vinden. Verschillende methoden zijn in staat om verschillende soorten opvattingen te veranderen. Mensen kunnen immers allerlei uiteenlopende redenen hebben voor hun gedrag, en die vereisen allemaal een andere aanpak. Voordat je echt over verandering na kunt denken, moet je dus begrijpen waarom mensen doen wat ze doen.
Mensen kunnen allerlei redenen hebben voor wat ze doen. Menselijk gedrag is complex: denk maar eens na over waarom je hier nu bent; waarom je gisteren hebt gegeten wat je hebt gegeten; waarom je vorig weekend hebt besteed zoals je dat deed; en ga maar door. Voor een gegeven gedrag (bijvoorbeeld in een restaurant pizza of pasta bestellen) kunnen, als je maar genoeg mensen vraagt, honderden, soms duizenden redenen zijn. Dat maakt het natuurlijk lastig om in kaart te brengen waarom mensen doen wat ze doen.
Gelukkig wordt er al een dikke honderd jaar onderzoek gedaan in de psychologie, dus inmiddels zijn hier allerlei oplossingen voor gevonden. In de basis zijn die gebaseerd op hetzelfde uitgangspunt: al die verschillende redenen kun je groeperen. Sommige redenen lijken namelijk nogal op elkaar. Mensen voelen bijvoorbeeld sociale druk; of houden rekening met hun lange-termijn doelen; of hebben niet het gevoel dat ze iets goed kunnen. Je kunt die honderden redenen dus ordenen door ze te groeperen, en dit is wat psychologische theorieën doen.
Er zijn inmiddels heel veel theorieën die verklaren waarom mensen doen wat ze doen. Veel gezondheidsgedrag is gedrag waar mensen over nadenken: zogenaamde beredeneerd gedrag. Een van de meest gebruikte theorieën over beredeneerd gedrag heet heel toepasselijk de “Beredeneerd Gedrag Benadering” (ok, hij heet eigenlijk de Reasoned Action Approach, RAA, wat toch wat beter klinkt). De RAA is de derde ‘versie’ van een theorie die hiervoor de Theory van Geplanned Gedrag heette, en daarvoor de Theorie van Beredeneerde Actie.
Deze theorie stelt dat beredeneerd gedrag vooral wordt bepaald door of mensen de intentie hebben om dat betreffende gedrag uit te voeren. Dat is natuurlijk nogal logisch: als je van plan bent om iets te doen, dan doe je het meestal ook, als er tenminste geen obstakels in de omgeving zijn, en als de controle over je gedrag niet afneemt. De kracht van de RAA zit in de voorspellers van die intentie. Dit zijn volgens de RAA drie groepen vergelijkbare redenen: attitude, waargenomen norm, en waargenomen gedragscontrole.
Attitude is een soort ‘gewogen gemiddelde’ van alle voor- en nadelen van een gedrag, of accurater uitgedrukt, van de mogelijke gevolgen, hoe waarschijnlijk iemand denkt dat die gevolgen zijn, en hoe wenselijk iemand die gevolgen vindt. Inschatting van de risico’s van een gedrag maakt hier deel van uit, maar er is nog veel meer, bijvoorbeeld de voordelen van het gedrag (middelengebruik is bijvoorbeeld leuk/lekker).
Attitude bestaat dus uit twee onderdelen: de ingeschatte waarschijnlijkheid van de mogelijke gevolgen van gedrag, en de wenselijkheid van elk mogelijke gevolg (hoe wenselijk of onwenselijk iemand die gevolgen vindt).
Waargenomen norm gaat over of je denkt dat de mensen die belangrijk voor je zijn het goed- of afkeuren als jij het betreffende gedrag uitvoert, en over of je denkt dat de mensen om je heen dat gedrag zelf uitvoeren. Of mensen iets goedkeuren of afkeuren, en wat ze zelf doen, hoeft natuurlijk niet hetzelfde te zijn: ouders kunnen best hun kinderen vertellen dat ze nooit moeten gaan roken, maar zelf wel roken.
Waargenomen norm bestaat uit drie onderdelen: je inschatting van goed- of afkeuring door anderen (injunctieve norm), de mate waarin je waarde hecht aan die oordelen (motivation to comply), en je inschatting van het gedrag van anderen (descriptieve norm).
Waargenomen gedragscontrole gaat over of je denkt dat je het gedrag uit kunt voeren: is het onder jouw controle, en heb je de nodige vaardigheden wel? Je kunt best van plan zijn om genoeg te rusten als je ecstasy hebt gebruikt, maar als er geen chill out is, wordt dat lastig. En wat als je hebt besloten om geen cocaine te gebruiken, maar de drie mensen waar je mee uit bent doen dat wel – weet je hoe je dan toch niet zwicht voor de verleiding? Waargenomen gedragscontrole bestaat uit twee onderdelen: de hoeveelheid controle die je over gedrag hebt (controle), en hoe goed je denkt dat je in het gedrag bent (capaciteit).
De RAA stelt dat als je de redenen in die drie categorieën goed in kaart brengt, dat je dan goed kunt voorspellen wat mensen doen. En als je dat kunt, begrijp je genoeg van het gedrag om te gaan denken aan gedragsverandering: dan kun je op zoek naar methoden die werken om de redenen die belangrijk zijn, te veranderen. In een plaatje ziet die RAA er zo uit:
Naast de RAA zijn er nog talloze andere theorieën om gedrag te verklaren. Deze groeperingen van gelijksoortige redenen heten in de psychologie variabelen, en als het gaat over gedragsverandering worden ze vaak determinanten genoemd.
Gedragsverandering is een subdomein van de psychologie. Naast grondige kennis van de psychologie vereist het constructief kunnen denken over effectieve gedragsveranderingsinterventies daarom specialistische kennis met betrekking tot de theorie van verklaring en verandering van gedrag. In de voorgaande alinea’s is gepoogd om voldoende over te brengen zodat ook leken met betrekking tot gedragsverandering uit de voeten kunnen met dit rapport. Lezers die zich verder willen verdiepen adviseren we om de ‘Open Access’ (gratis toegankelijke) inleidende, en verdiepende, artikelen over gedragsverandering op https://effectivebehaviorchange.com te raadplegen. Verder is het altijd raadzaam om bij de ontwikkeling van alle preventie (of andere campagnes) die zijn gericht op gedragsverandering, of verandering van antecedenten van gedrag zoals bewustwording of kennis, experts in de gedragsverandering te raadplegen.
In deze ronde zijn drie gedragingen uitgevraagd: oordopjes meenemen, oordopjes indoen, en oordopjes kopen als de muziek hard staat maar ze niet voorhanden zijn. De determinanten van deze drie gedragingen worden tegelijk besproken.
Intentie scores om gehoorbescherming mee te nemen en ook om deze te dragen waren hoog, met gemiddelden rond de zes (op een zevenpuntschaal), en de meeste scores zelfs rond de zeven. Dat suggereert dat de steekproef waarschijnlijk deels tot stand is gekomen via zelfselectie van deelnemers die al enthousiast zijn over gehoorbescherming. De intentie om gehoorbescherming te kopen als deze niet voorhanden was, was lager: deze lag gemiddeld onder de vier, met de meeste scores rond de een en twee. Zelfs onder deze deelnemers gold dus dat als gehoorbeschadiging werd vergeten, deze niet snel ter plekke werd gekocht.
Attitude om gehoorbescherming mee te nemen was relatief hoog (rond de zes), en waargenomen norm en gedragscontrole waren iets lager (rond de vijf). Deze drie hingen allemaal sterk samen met intentie, maar waargenomen norm het zwakst. Gerapporteerde gewoonte was wat lager, met een relatief inaccurate schatting waardoor zowel deze zowel onder de vier als boven de vijf zou kunnen zitten. Gewoonte hing ook iets minder sterk samen met intentie, maar de schatting was weer vrij inaccuraat. Het patroon voor het dragen (i.e. indoen) van gehoorbescherming was vrijwel hetzelfde.
Met betrekking tot het ter plekke kopen van gehoorbescherming is waargenomen norm juist de sterkste voorspeller van intentie, hoewel het verschil heel klein is. Alle vier de determinanten voorspellen intentie vrij goed. Gewoonte is nog lager dan bij de andere twee gedragingen, wat logisch is gegeven de verschillende soorten gedrag (i.e. het kopen van gehoorbescherming is meer een ‘one shot’ gedrag).
Deelnemers vinden het wenselijk dat oordopjes goed zitten en een goede prijs-kwaliteit verhouding hebben. De meeste deelnemers vinden het onwenselijk om de muziek zachter te horen, maar degenen die dit wenselijk vinden hebben wel een hogere attitude en intentie om gehoorbescherming mee te nemen. Of deelnemers het wenselijk vonden om meer van de muziek te genieten en te focusen hing niet samen met attitude of intentie, maar het gegeven dat de meeste deelnemers aangaven dit wenselijk te vinden kan wellicht nog steeds gebruikt worden in preventieboodschappen. Deelnemers vonden het onwenselijk om last te hebbben van mensen die hard praten; dit is dus een sterk argument voor het dragen van gehoorbescherming. Deelnemers vonden het ook onwenselijk om hun gehoor te beschadigen of de dag na het uitgaan een piep in hun oren te horen.
Het was interessant dat of deelnemers het wenselijk of onwenselijk vonden om de muziek verstoord te horen, helemaal niet samenhing met attitude en intentie. Dit lijkt niet consistent met de waarde die veel bezoekers aan muziekbeleving lijken te hechten.
Deelnemers gaven aan dat hun sociale omgeving heel positief stond tegenover het meenemen en dragen van gehoorbescherming. De descriptieve norm gaf aan de perceptie van of sociale referenten zelf gehoorbescherming meenamen en gebruikten, veel meer spreiding toonden. Oftewel: de deelnemers hadden de indruk dat iedereen in principe voorstanden was van gehoorbescherming, maar die zelf niet altijd consequent gebruikte. Descriptieve normen hingen sterker samen met waargenomen norm en intentie dan injunctieve normen (i.e. waargenomen goed- of afkeuring), maar dit kan ook een gevolg zijn van de linksscheven verdeling van de injunctieve norm. Hoe dan ook impliceren de sterke positieve normen dat het bespreekbaar maken van gehoorbescherming goed kan werken om deze normen te versterken en bekrachtigen. Met betrekking tot het kopen van gehoorbescherming zijn de patronen hetzelfde.
Hoe makkelijker deelnemers het vonden om er op tijd aan te denken oordopjes mee te nemen was een sterke voorspeller van hun waargenomen gedragscontrole en intentie. Herinneringen kunnen dus goed helpen om te zorgen dat deelnemers gehoorbescherming meenemen.
Ook met betrekking tot het tijdig indoen van gehoorbescherming lijken herinneringen kansrijk: ook hier maakt het uit hoe makkelijk deelnemers het vinden om er op tijd aan te denken. Dit geldt ook voor hoe makkelijk deelnemers het vinden om te herkennen wanneer de muziek zo hard staat dat oordopjes nodig zijn.
Tot slot geven deelnemers aan dat alcoholgebruik de kans op het gebruik of de aankoop van gehoorbescherming verlaagt. Het lijkt dus verstandig om herinneringen te plaatsen bij de ingang van feesten, zodat deelnemers hun oordopjes hopelijk al indoen als ze nog nuchter zijn, bijvoorbeeld als ze staan te wachten om binnen te komen.
No items specified: extracting all variable names in dataframe. Note: 45 variables were not numeric and will not be checked for exceptional values.
Participants of 0 entries indicated that they were test entries (e.g. for testing the survey, or when participants were not entirely serious about completing the survey).
Furthermore, 29 participants were among the 1% with 11 or more exceptional answers (in the lowest 2.5% or the highest 2.5%), and were therefore removed from the dataset as well (row numbers (and number of exceptional anwers): 458 (11), 879 (33), 898 (19), 899 (14), 924 (45), 946 (16), 978 (15), 984 (41), 987 (40), 998 (26), 999 (12), 1002 (16), 1003 (39), 1007 (11), 1008 (12), 1017 (46), 1026 (51), 1060 (24), 1074 (29), 1101 (12), 1105 (38), 1106 (43), 1107 (29), 1436 (11), 1656 (19), 1670 (54), 1672 (11), 1880 (12) & 2135 (11)).
0 participants (rows ) had more than 5 answers that fell into the wrong class (e.g. typing letters where numbers were required) and were also removed.
Party Panel participants were recruited primarily through social media. The Dutch Celebrate Safe campaign (see http://celebratesafe.nl), Unity (see http://unity.nl), as well as related organisations such as event organisers that were partnered with Celebrate Safe promoted Party Panel through Facebook and Twitter posts. In addition, visitors to the Unity website were shown a div pop-up.
This figure shows participant recruitment over time:
During this time, 3170 participants opened the first page containing the Informed Consent. From this point, the progression through the survey was as follows:
| frequency | percentage | page | prettyPercentage |
|---|---|---|---|
| 3170 | 100 | 1 | 100% |
| 1337 | 42.18 | 2 | 42% |
| 943 | 29.75 | 3 | 30% |
| 926 | 29.21 | 4 | 29% |
| 902 | 28.45 | 5 | 28% |
| 823 | 25.96 | 6 | 26% |
| 793 | 25.02 | 7 | 25% |
| 757 | 23.88 | 8 | 24% |
| 699 | 22.05 | 9 | 22% |
| 642 | 20.25 | 10 | 20% |
| 609 | 19.21 | 11 | 19% |
| 579 | 18.26 | 12 | 18% |
| 553 | 17.44 | 13 | 17% |
| 538 | 16.97 | 14 | 17% |
| 525 | 16.56 | 15 | 17% |
| 508 | 16.03 | 16 | 16% |
| 502 | 15.84 | 17 | 16% |
| 498 | 15.71 | 18 | 16% |
| 491 | 15.49 | 19 | 15% |
| 443 | 13.97 | 20 | 14% |
| 421 | 13.28 | 21 | 13% |
Of the 1347 participants answering the Informed Consent, 11 participants answered negatively. Of these, 1 provided a reason. Specifically, the reasons provided were “ik vind feesten niet mijn ding”.
Participants received two random numbers, the first between (and including) 1 and 3, and the second between (and including) 1 and 4. The first random number was used to determine about which behavior participants received questions. If it was 1, participants received questions about carrying hearing protection; if 2, about wearing hearing protection; and if 3, about buying hearing protection. Participants were told which behavior would be presented to them, and they were able to indicate that they wanted to answer questions about multiple behaviors.
The second random number was not used in this wave. (It was left in the questionnaire as the LimeSurvey questionnaires for new Party Panel waves are copied from the most recent preceding wave, and since two random numbers are often used, it was deemed convenient to simply leave this question in.)
| Frequencies | Perc.Total | Perc.Valid | Cumulative | |
|---|---|---|---|---|
| Male | 202 | 6.4 | 48 | 48 |
| Female | 218 | 6.9 | 51.8 | 99.8 |
| Other (e.g. genderqueer, nonbinary) | 1 | 0 | 0.2 | 100 |
| Total valid | 421 | 13.3 | 100 | |
| NA (missing) | 2749 | 86.7 | ||
| Total | 3170 | 100 |
These are visualisations of the determinant structures of the behaviors in this Party Panel wave. The associations of the sub-determinants in each of these determinants with the overarching determinants and with intention will then be visualised using CIBER plots.
This section contains CIBER plots to show the determinant relevance. These are organised based on the determinant structure; the headings and each figure’s caption shows to which behavior and to which (sub)-determinants each CIBER plot pertains.
These are the results for question (or rather, variable) “Epc”.
These are the results for question (or rather, variable) “Intention”.
These are the results for question (or rather, variable) “Attitude”.
These are the results for question (or rather, variable) “Expectation”.
These are the results for question (or rather, variable) “Desirability”.
These are the results for question (or rather, variable) “attProduct”.
These are the results for question (or rather, variable) “perceivedNorm”.
These are the results for question (or rather, variable) “Approval”.
These are the results for question (or rather, variable) “Motivation to Comply”.
These are the results for question (or rather, variable) “nrmProduct”.
These are the results for question (or rather, variable) “Descriptive Norm”.
These are the results for question (or rather, variable) “Pbc”.
These are the results for question (or rather, variable) “Control Beliefs”.
These are the results for question (or rather, variable) “Habit”.
These are the results for question (or rather, variable) “Epw”.
These are the results for question (or rather, variable) “Intention”.
These are the results for question (or rather, variable) “Attitude”.
These are the results for question (or rather, variable) “Expectation”.
These are the results for question (or rather, variable) “Desirability”.
These are the results for question (or rather, variable) “attProduct”.
These are the results for question (or rather, variable) “perceivedNorm”.
These are the results for question (or rather, variable) “Approval”.
These are the results for question (or rather, variable) “Motivation to Comply”.
These are the results for question (or rather, variable) “nrmProduct”.
These are the results for question (or rather, variable) “Descriptive Norm”.
These are the results for question (or rather, variable) “Pbc”.
These are the results for question (or rather, variable) “Control Beliefs”.
These are the results for question (or rather, variable) “Habit”.
These are the results for question (or rather, variable) “Epb”.
These are the results for question (or rather, variable) “Intention”.
These are the results for question (or rather, variable) “Attitude”.
These are the results for question (or rather, variable) “Expectation”.
These are the results for question (or rather, variable) “Desirability”.
These are the results for question (or rather, variable) “attProduct”.
These are the results for question (or rather, variable) “perceivedNorm”.
These are the results for question (or rather, variable) “Approval”.
These are the results for question (or rather, variable) “Motivation to Comply”.
These are the results for question (or rather, variable) “nrmProduct”.
These are the results for question (or rather, variable) “Descriptive Norm”.
These are the results for question (or rather, variable) “Pbc”.
These are the results for question (or rather, variable) “Control Beliefs”.
These are the results for question (or rather, variable) “Habit”.
These are the results for question (or rather, variable) ‘
The lead-in for this question was “
These are the results for question (or rather, variable) ‘
The lead-in for this question was “
These are the results for question (or rather, variable) ‘
The lead-in for this question was “
45 entries were test entries and were removed.
7 participants responded that they did not want to provide their age (their age was set to NA).
6 participants responded that they did not want to provide their gender (their gender was set to NA).
^age$’.
^goingOutFreq_[[:alnum:]]+$’.